Adrie

 

Een avondje snelschaken samen met drie schakers uit Leek en één uit Haren geweldig toch! Vier en twintig mensen die in 10 minuten tijd een partij van enig niveau proberen te spelen, 10 minuten opperste concentratie en spanning. Is op hen het inzicht, zo'n 2000 jaar geleden, van de oude Griekse filosoof Plutarchus, van toepassing?: “Je lijdt niet onder wat je overkomt, maar onder je eigen oordeel daarover”. Later vervormd tot: “Always look on the bright side of life” (Monty Python) of “Tel je zegeningen” (mijn internist). Nu ja, deze “bemoedigende schouderklopjes” mogen dan misschien gelden voor een kunstenaar die lijdt aan depressies maar als vervent schaker is de leer van Plutarchus wel een erg simpel uitgangspunt.

 Als toeschouwend barkeeper raakte ik al spoedig in trance van het ritmische geluid van het indrukken der klokken. Een vlug deel (opening) gevolgd door een wat rustiger deel (middenspel) met als apotheose een zeer vlug deel in schaaktermen tijdnood genoemd.

Maar wat in een sonate niet het geval is, er zijn ook duidelijk vocale uitingen hoorbaar. Ontsteltenis bij het weggeven van een stuk tot een langdurige jammerklacht wanneer je ongewild van je dame wordt beroofd of in een gewonnen stelling door de vlag gaat. Maar ondanks of misschien ook wel dankzij dit leed blijven we gefascineerd door dit snelle spel met al zijn verrassende wendingen.

Hoe verrijkend is het niet om dit een keer als toeschouwer te beleven op een punt waar iedereen te samen komt: de bar. Daar worden de eerste emoties van vreugde, voldoening, afschuw, zelfverwijt en verbazing geventileerd onder de geneugte van een kopje koffie, een glas water of wijn en enkele hartige versnaperingen.

Het is vooral boeiend wanneer een partij niet geheel volgens de regels dreigt te verlopen. Zo zag ik Lieuwe Boskma en Jan van Spijker in de openingsfase van hun partij in snel tempo de klok in tikken. Een voor beide bekende opening leek mij. Laat ik maar eens een kijkje nemen. Ze bleven in hoog tempo de klok indrukken maar deze bleef voor beide partijen precies op vijf minuten staan. Hm, dat kan zo nog een latertje worden dus spreek ik de beide heren aan: “Sorry maar uh een saillant detail misschien. Is het jullie bedoeling dat de klok ook gaat lopen?” Beide moesten lachen en hervatte vol goede moed, maar in een wat rustiger tempo hun partij.

Na de vijfde ronde kwam Arnold Meijster opgetogen naar de bar terwijl ik de consumptielijst bijwerkte. “Ik zat naast Kees Duisterwinkel en die opende op een wel heel speciale wijze: Adrie”. Nu was mij bekend dat Kees nooit een hartstochtlijke schaakvluggeraar is geweest en graag deze manier van “gokken” wat aangenamer maakt door wat openingsexperimeten uit te proberen. Maar “Adrie”, kende ik nog niet. Wat glazig keek ik Arnold aan, “Adrie” hoe gaat die dan? “Nou gewoon” reageerde hij wat verbijsterd, “Adrie”. “Maar wat doet zwart dan?” Maakt niet uit e5 of d5. Dan speelt wit b4”. Het kwartje viel: a3, e5, b4 en daarna Lb2, “Ohhhh een soort Orangutan in de nahand” zei ik om mijn ego wat te masseren. Klinkt niet slecht. Misschien kunnen we deze vondst ook noemen naar de uitvinder ervan: “the Darkcorner Defense System”. Agendapunt voor de komende A.L.V.?

 Het zal de lezer waarschijnlijk niet verbazen dat Tom Visser (prima in vorm) met 7 punten uit 8 partijtjes, de blitzranglijst aanvoert en de Leekster schakers Pieter Doller en Jan-Arie Stokhorst de tweede en derde plaats bezetten. Arnold Meijster was met zijn vijfde plaats tevreden en had zijn openingskennis dankzij Kees weer wat aangevuld. Wat me wel wat pijn doet is de laatste plek van Kees die van zijn “Adrie” toch iets meer had verwacht. Zal Plutarcus hem nog kunnen troosten of kan hij dat alleen goed af. Ik denk het laatste.

Wat zijn we toch een gezellig clubje!

Schone schijn

“De illusie is zo vaak troostender dan de werkelijkheid”. Deze uitspraak van Jan Timman las ik in de “spreukentuin” van het kerkhof in Bergen. Een uitspraak opgenomen in het boek “Van Schoonheid en Troost” geschreven door Wim Kayzer naar aanleiding van een reeks gesprekken die  hij in 2000 voerde voor de VPRO televisie met grootheden op diverse terreinen zoals de paleontoloog Stephen Jay Gould, de dichter en psychiater Rutger Kopland, de kunstschilder Karel Appel, de dirigent Vladimir Ashkenazy, de schrijver Marten Toonder en ook met Jan Timman. De gesprekken gingen over onderwerpen zoals:  “Wat maakt het leven de moeite waard?”, “waar vinden we schoonheid?”, “waardoor worden we getroost?”

In ons geval dringt deze laatste vraag zich iedere maandagavond weer op, zo ook tijdens de 12e ronde. Na een soms trage wekelijkse start met wat tegenslagen raken we al snel in lichte extase na een vermeende prachtige combinatie met mat als apotheose. In euforische staat komen we thuis en willen we de vreugde versterken door onze prestatie te laten bevestigen door Fritz, Rybka, Stockfish 10 of hoe al deze digitale betweters ook mogen heten. De eerste 10 zetten bevestigen ons gelijk. Nou ja e3 i.p.v. e4 op de 7e zet was misschien wat beter maar zeker niet fout. Naar gelang we verder in het middenspel vorderen worden de uitslagen van onze “Analyse engine” steeds groter. Zo maar van plus naar min drie en op het moment dat mijn prachtige combinatie zich aandient blijkt mijn tegenstander daaraan zijn volledige medewerking te hebben verleend. Er zat al een lek in mijn berekeningen na de tweede zet. “Bah, wat ben ik toch een analoge prutser”, en ik vervloek de gevoelloze digitale engerds. 

Ik hoop van harte dat Arnold Meijster na zijn goede eindspel tegen Dick Dalmolen deze prestatie niet heeft gedeeld met zo'n gevoelloos digitaal rekenwonder. Mogelijk had hij dan kunnen winnen hetgeen zeker afbreuk zou doen aan zijn euforische stemming na een verdiende remise. Of neem nu Jan Duisterwinkel die op zeer nuchtere wijze Jeppe aan het wankelen bracht. Mocht laatst genoemde niet opgetogen met remise huiswaarts gaan na zoveel clementie? En hoe moest Frits Bosman van zijn overwinning tegen Cees Hageman hebben genoten. Maar zou diezelfde Cees  onder het toeziend oog van Fritz 8 niet tot wanhoop zijn gedreven na zoveel gemiste kansen? 

Nu ja, gelukkig zijn er onder ons ook schakers die minder analytische bevestiging nodig hebben zoals Arnout Wegerif, die een evenwichtige partij op het bord bracht tegen Mark Hoogendijk en een verdienstelijke remise noteerde. Of laten we even stil staan bij Ale Bakker die geruisloos de opmars in het klassement van Jan Willem van der Kouwe tot staan bracht. Niks geen analyse achteraf. Genieten van het moment aan de bar. In de partij van Frans van Doorn tegen Henk Kouwenberg was analyse volstrekt overbodig. Mat in één missen en vervolgens Henk er op attent maken dat de stand geen remise is maar hij mat in twee zetten kan geven maakt toch iedere digitale betweter overbodig! 

De schone schijn van de illusie scheen ook voor Arend van der Burgh die met de zwarte stukken Kees Duisterwinkel bestreed. Het kon zoals in iedere partij van Arend ook nu weer alle kanten op maar zoals zo vaak de laatste weken; zijn kant. En voor Teije Smedinga schijnt weer het licht van het inzicht. Bob moest erkennen dat de beheerste aanpak van het spel hem te machtig was en reikte hem na twee uur spelen de hand.   

Nadat Dirkjan Korenhof de vorige keer in een partij met normale denktijd door zijn vlag was gegaan besloot hij dit keer met een uur bedenktijd tegen Derk Holman beter op de klok te letten. Dit kwam helaas zijn spel niet ten goede en ruim binnen de toegemeten tijd kon hij opgeven. 

En zoals altijd was aan Jannie Russchen niet te zien of ze nu gewonnen of verloren had. Ditmaal was Leen van der Heide haar tegenstander. Beide waren na de partij even vrolijk als er voor. Is het dan toch waar dat de illusie vaak troostender is dan de vermeende werkelijkheid? Is die werkelijkheid niet vaak de schone schijn? Ik leg deze vraag voor aan mijn digitale betweters. Dit maal geen antwoord. Wat is het analoge leven toch boeiend. 

In de achterkamertjes van het Scheepstraschooltje joeg ook het eerste een illusie na: winnen van Sissa 2. Het ratingverschil was niet erg groot, en zij bleken ook nog twee invallers te hebben. De werkelijk was prozaïscher - we konden niet tegen hen op en gingen met 2½-5½ het schip in. Johan Zwanepol was het eerste klaar en zorgde direct voor het enige volle punt dat wij zouden scoren. Pal daarop verloor Henk van Bemmel en was de stand weer gelijk. Henk keek zeer ontevreden, blijkbaar was er iets mis gegaan. Tom Visser en Ruurd Kunnen zorgden met remises voor 2-2. Tom had misschien ergens een kans op meer laten liggen. Ruurd was de opening niet goed doorgekomen maar was sterk teruggekomen en had zelfs een eindspel met twee pluspionnen bereikt. Beiden hadden een spannende partij gespeeld wat troost bood voor een wellicht suboptimaal resultaat. Die troost had Lieuwe aan het eind van de avond nog niet gevonden. Hij had verloren terwijl remise binnen handbereik was. Ook voor Ward Romeijnders was het geen geweldige avond. Halverwege de partij was er gedoe over een onreglementaire zet waardoor arbiter Arend van der Burgh te hulp moest worden geroepen. Daarna werd Ward langzaam weggespeeld. Het pionneneindspel leek nog spannend, maar stond toch verloren. De twee onderste borden waren het laatst klaar. Theo Wolthekker moest de koning omleggen. Daar had het niet naar uitgezien, maar Theo bleef opgewekt, want hij houdt van schaken en vindt het resultaat van de partij ondergeschikt aan het plezier dat het spel hem biedt. De partij van Peter Slaman tenslotte werd remise. Even had het erop geleken dat hij zou verliezen, maar Peter mag zich troosten met de wetenschap dat hij goed heeft verdedigd.

We staan nu één na laatste. Alleen ESG staat nog onder ons, maar dat heeft een wedstrijd minder gespeeld. Geen paniek. Onze kansen komen nog.

Geluk en pech

 

Alle vier koplopers hebben gewonnen in de 11e ronde, maar dat ging niet in alle partijen even gemakkelijk. Dick Dalmolen zette al vroeg op de avond druk op de ketel door snel te winnen van Theo Wolthekker. ‘De altijd gevaarlijke Theo Wolthekker’, maar Dick speelt al een tijdje mee en weet hoe je zoiets moet aanpakken. Na 20 zetten stond Theo helemaal verloren en de partij duurde toen ook niet lang meer. De andere drie koplopers moesten dus aan de bak. Lieuwe Boskma pakte het voortvarend aan door een aanvallende verdediging tegen Jan Duisterwinkel. Helemaal zijn stijl, vooruitspelen als Frankie de Jong. Tom Visser en Ruurd Kunnen moesten er harder voor werken. Tom bouwde een positioneel overwicht tegen de koningsstelling van Johan Zwanepol op, dat winnend bleek toen Johan onnauwkeurig was in een afruilcombinatie. De partij tussen Ruud Kunnen en Peter Slaman duurde tot na elf uur. Ruurd won, maar als Peter in de tijdnoodfase alerter had gereageerd, was de uitslag omgekeerd geweest. Geluk voor Ruurd, maar Peter baalde enorm. Tom blijft aan de leiding met een voorsprong van meer dan 60 punten. Zelfs als hij in de volgende ronde zou verliezen, blijft hij lijstaanvoerder.

Henk van Bemmel is met een opmars bezig na een miserabele seizoenstart. Tegen Frits Bosman had hij een goede kans om weer een aantal plekken te stijgen. Hij stond namelijk erg goed, misschien wel gewonnen. In een onbewaakt moment maakte hij echter een grote fout en mocht blij zijn met remise. ‘Geluk gehad, ik had net zo goed verloren kunnen staan’, aldus Henk. Pech voor Frits die best had willen winnen, maar toch tevreden was met de deling van het punt. Ook Ale Bakker was graag wat meer in de richting van de andere A-spelers in het klassement gekropen. Een 17e plaats op de ranglijst is voor hem eigenlijk te laag. Jan Pezij hield hem echter keurig op remise. Pezij blijft de hoogst geplaatste C-speler, Bosman staat tweede. Arnout Wegerif zag zijn opmars gestuit door een nederlaag tegen Henk Kouwenberg. De stand in de B-groep is onveranderd. Olaus Diebrink is eerste, op korte afstand gevolgd door Slaman.Jeppe Teensma heeft zich weer aangesloten bij de achtervolgende groep. Dat ging ten koste van Kees Duisterwinkel, die na een sterk begin nu in een mindere periode zit. Teije Smedinga speelde remise tegen Frans van Doorn, een zeer verdienstelijk resultaat, dat hem goed zal hebben gedaan.

 

Iedereen kent het wel, de opluchting wanneer jouw partij een goede afloop kent of de teleurstelling als je iets voor de hand liggends hebt gemist. En natuurlijk moet je dan iets met je emoties. Behalve beschaaft balen is analyseren na de partij een uitstekende manier om je emoties te ventileren en wat in evenwicht te brengen. Dit gebeurt meestal niet fluisterend, zeker niet wanneer een aantal toeschouwers, die al eerder op de avond hun partij hebben beëindigd, het beter menen te weten dan jij. Even is de wereld niet groter dan jouw partij, jouw bord en jouw medeanalysator. Even bestaan er geen clubgenoten die in opperste concentratie een eindspel met veel rekenwerk aan het spelen zijn en de duimen in de oren steken om geen hinder te hebben van het lawaai. En als het kabaal toch aanzwelt kan het plotseling worden overstemd door een wanhopige kreet om stilte van een clubgenoot die zijn broer ziet zwoegen en lijden onder zware stellingdruk. Hoe mooi menselijk kunnen schakers wel niet zijn.
Ja, een 10e ronde met verrassingen en emoties.
Tegen Tom Visser kon Theo Wolthekker maar geen beslissende tactische manoeuvre uit de hoge hoed toveren en werd op techniek geklopt. Met dezelfde lach waarmee Theo iedere week de Scheepstraschool binnen komt verlaat hij hem deze keer ook weer. Welk een emotionele balans!
Met een stuk voor maar in flinke tijdnood stelde Arnold Meijster aan Lieuwe Boskma remise voor. Lieuwe had ook niet veel tijd meer op de klok en ging met een puntendeling akkoord. In de vorige ronde was hem tegen Theo hetzelfde overkomen, maar terwijl hij nu verloren stond, stond hij toen misschien wel gewonnen. Genoeg aanleiding tot een wederzijdse emotiebevrijdende en nog al luide analyse waardoor er achter enkele nabij gelegen borden een krachtig ssst opsteeg.
Zonder zelf te spelen bleven Olaus Diebrink en Peter Slaman met hun 5e respectievelijk 6e plaats in het klassement de beste spelers van de B-poule. Als sterkste speler van de C-poule deed Jan Pezij goede zaken door Jeppe Teensma in een partij met wisselende kansen te verslaan. Aan de bar bespraken zij hun indrukken over hun partij zonder tot diepgaande analyses over te gaan. Gezelligheid is dus ook een prima remedie om emoties te delen en te verwerken.
Voor de tweede keer dit seizoen mocht Jannie Russchen het zoet der overwinning proeven zij het met enig geluk. Haar tegenstander DirkJan Korenhof vergat de tijd en ging door de vlag. Ook hier brachten de mensen aan de bar, wat drank en enkele grappen weer wat lucht.
Omdat Ruurd Kunnen en Dick Dalmolen remiseerden evenals Lieuwe Boskma en Arnold Meijster, kon Tom Visser met opgewekt humeur constateren dat zijn koppositie was verstevigd.
Jan van Spijker versloeg met nog al wat ups en downs Cees Hageman. Deze ups en downs kwamen in een analyse achteraf fluisterend aan bod omdat Jan en Cees snel klaar waren en er geen participerende toeschouwers waren.
In stilte besloten Ale Bakker en Arnout Wegeriff tot remise. Een zeer goede prestatie van Arnout die stilletjes opklimt in het klassement. En is het niet logisch dat Kees Duisterwinkel zijn broer wilde beschermen tegen het analyse rumoer? Hij had voor zijn doen nogal ondergepresteerd tegen Frits Bosman die overigens goed had gespeeld. Kwam het door geluidsprikkels dat Kees wat van slag was?
JanWillem van der Kouwe weerstond op koele wijze een aanval van Frans van Doorn en wist, zich het zweet van het hoofd wissend, Frans in een matnetje met toren en paard te vlechten. Arend uitte fluisterend zijn geluk dat hij in zijn partij tegen Bob van Maanen had gehad. “Het had alle kanten op kunnen gaan”, vertrouwde hij me toe. Minder geluk had Teije Smedinga die zijn verlies tegen Henk Kouwenberg relativeerde met de opmerking dat we zo'n gezellige club zijn en dat het daar tenslotte om gaat. Ook Klaas Wiersinga had met plezier geschaakt. Dat Mark Hoogendijk deze avond nog te sterk voor hem was had hij al geaccepteerd toen hij naar huis ging.
Als laatste besloten Jan Duisterwinkel en Johan Zwanepol tot remise. In een korte maar niet mis te verstane analyse maakte Johan duidelijk dat hij zijn vrijpion te snel had opgespeeld. Tevreden namen beide tegenstrevers nota van dit feit en keerden goed geluimd huiswaarts.

Het eerste team heeft in tweede ronde van de NOSBO-competitie gelijk gespeeld tegen ESG. Emmen is een eind rijden, en het is niet meer dan rechtvaardig dat je dan ook een punt mee naar huis mag nemen. ESG is een van de sterkste teams in de Hoofdklasse B, maar had desalniettemin in de eerste ronde verloren. Dat hadden wij ook gedaan, dus nog een reden voor een puntendeling. Maar het moet natuurlijk op de borden worden verdiend. 

De wedstrijd begon uitstekend. Binnen twee uur spelen hadden we een 2-0 voorsprong. Eerst won Johan Zwanepol in de aanval en kort daarna veroverde Henk van Bemmel een stuk (volgens ESG gaf zijn tegenstander een stuk weg) en de partij. Met een gedegen remise aan het tweede bord bracht Lieuwe Boskma de stand op 2½-½. Dat noem je een goed begin. Waarschijnlijk niet om ons mild te stemmen, maar uit gastvrijheid presenteerde de teamleider van ESG bitterballen met mosterd. Een mooi gebaar dat je maar heel zelden in de bikkelharde schaakcompetities tegenkomt.

Ondanks onze ruime voorsprong werd het nog spannend. Theo Wolthekker stond materiaal achter dat hij ondanks verwoede pogingen niet kon goedmaken. Ward Romeijnders had een furieuze aanval opgezet, had daar ook nogal wat materiaal in gestoken, maar zag de onderneming mislukken. Toen stond het weer gelijk. Wie wil er nog een bal? Peter Slaman wel. Hij kreeg in verloren stand plotseling de overwinning in de schoot werd geworpen. Toen hij zijn tegenstander mooi mat kon zetten, aarzelde hij niet. Bravo voor onze debutant. Tom Visser stelde daarna het gelijkspel veilig met een solide remise. Intern hebben we een paar keer het Grünfeld-Indisch gespeeld en die oefeningen beginnen vruchten af te werpen. Konden we de wedstrijd nog winnen? Nee. Ruurd Kunnen stond moeilijk en gaf in tijdnood alles uit handen. Hij had een zet toegelaten die hij had willen verhinderen, dacht een stuk te verliezen wat niet zo was, en gaf op. Iets te voorbarig omdat er misschien toch nog een heel klein geitenpaadje naar remise was. Maar als team mogen we met 4-4 tevreden zijn.

 

Beschaafd balen.

Het zal je maar overkomen. De hele avond zitten zwoegen, een stuk achter, een vrij pion, gelijke stand, moordende tijdnood. De cortisol, adrenaline en noradrenaline gieren door je lijf. En dan…….,als het twee voor twaalf is komt de rampspoed gevolgd door een intense walging. Je geeft zomaar een toren weg. Jouw steun en toeverlaat op weg naar remise of misschien wel meer! Al dit vreselijks overkwam Teije Smedinga tegen Frits Bosman. Zelden heb ik iemand zo beschaafd zien balen als Teije na ruim 3½ uur van opperste concentratie. Je zou toch na zulk onrecht in opperste wanhoop en verbijstering je notitieboekje willen verscheuren, het bord met stukken van tafel vegen en dat wat nog rest van je weelderige haardos uit je hoofd willen rukken!

Niet in het minst door Teije. Een zacht en zeer beheerst: “Hier baal ik van” kwam slechts over zijn lippen terwijl hij met een lege blik over de restanten van zijn stelling staarde. Ook door enkele anderen werd er geheel in de sfeer van deze avond rustig en ingehouden gebaald. Neem nu Arend. Nadat hij een gunstige afruil had laten lopen die hem op zijn minst remise had opgeleverd tegen de overigens zeer goed op dreef zijnde Arnout Wegeriff verwoordde hij zijn teleurstelling met de historisch woorden: “Het is maar een spelletje”. Natuurlijk beroept u zich nu op de voorbeeldfunctie die onze voorzitter heeft als boegbeeld van onze schaakclub. Maar toch, ik heb veel respect voor zoveel zelfdiscipline.

Er werden in deze 9e ronde acht partijen gespeeld waarvan de uitslagen geen verandering brachten in de rangschikking. Mooi was het om te zien hoe Dick Dalmolen tegen Jeppe Teensma een klein voordeel wist te verzilveren in een technisch goed gespeeld eindspel. Hij staat met dit resultaat nog altijd stevig op de tweede plaats achter Tom Visser. Olaus Diebrink blijft met zijn vierde plaats de beste speler van de B poule maar kan de komende rondes rekenen op geduchte concurrentie van Peter Slaman die dit seizoen steeds sterker gaat spelen. Door Henk Kouwenberg te verslaan wist Jan Pezij zich als beste speler van de C poule op een 14e plaats te handhaven op enige afstand gevolgd door Arnout Wegeriff die met de witte stukken een aarzelend spelende Arend van der Burgh op een nederlaag trakteerde. Met een mooie aanval op de witte koningsvleugel van ons nieuwste lid Klaas Wiersinga, wist Jannie Russchen haar eerste punt van dit seizoen aan te tekenen. Zeer spannend was de partij tussen een zeer aanvallend spelende Cees Hageman en een zich heftig verdedigende Ale Bakker. In vliegende tijdnood besloten beide kemphanen tot een puntendeling.

Vanuit een goed gespeelde opening voelde JanWillem van der Kouwe Bob van Maanen aan de tand omtrent zijn openings kennis. Dit viel duidelijk uit in het voordeel van JanWillem die geen fouten maakte en verdiend won.

DirkJan Korenhof speelde een vlekkeloze siciliaan in de voorhand tot zet 15 toen hij een paard weg blunderde. Hij was toen niet meer opgewassen tegen een goed lopende aanval van Frans van Doorn. Enigszins teleurgesteld maar uiterst beschaafd beëindigde DirkJan de partij.

 

In de NOSBO-competitie speelde het tweede een thuiswedstrijd tegen Assen 2. Al snel werden de eerste partijen door Assen gewonnen en aan het einde van de avond bleken de gasten een maatje te groot. Verder dan drie verdienstelijke remisepartijen van Ale Bakker, Olaus Diebrink en Mark Hoogendijk kwam ons team niet en derhalve was de einduitslag 1½ – 4½.
In de interne competitie heeft Tom Visser zijn leidende positie versterkt door in een positionele partij Peter Slaman te verslaan. Van zijn directe concurrenten wist alleen Ruurd Kunnen van Jeppe Teensma te winnen en zich steviger op de derde positie te nestelen. Lieuwe Boskma had zijn handen vol aan alle tactische dreigingen die Theo Wolthekker hem voorschotelde en nam in tijdnood genoegen met remise. Zonder zelf te spelen handhaafde Dick Dalmolen zich op de tweede plaats. Olaus Diebrink die in het tweede team de strijd aanbond met schaakclub Assen staat vierde en heeft de leiding in de B-poule overgenomen van Peter Slaman. In deze groep is de stand flink door elkaar geschud. Niet alleen wisselden Olaus en Peter van plaats, hun achtervolgers Jeppe Teensma en Kees Duisterwinkel werden bijgehaald en voorbijgestreefd door Cees Hageman en Jan Duisterwinkel. Cees versloeg Henk Kouwenberg, terwijl Kees een schaaklesje van Johan Zwanepol heeft gekregen.
Na een lange periode van afwezigheid deed ook Ward Romeijnders weer mee. Hij heeft nog een lange weg af te leggen naar de bovenste regionen van het klassement, waar hij thuis hoort. Het begin was goed, een duidelijke overwinning op Teije Smedinga. Het gaat ook weer wat beter met de prestaties van Henk van Bemmel. Hij behaalde, dit keer zonder mazzel, een reguliere overwinning op Jan Pezij. Deze is hierdoor als koploper van de C-poule een aantal plekken in de rangschikking gezakt en wordt nu op de huid gezeten door Arnout Wegerif die zichzelf tegen Frans van Doorn te kort deed door in een gewonnen stelling net de verkeerde zet te doen en toen niet verder kwam dan remise.
En we hebben een kennismakingslid. Klaas Wiersinga doet een aantal rondes mee om de sfeer te proeven. Nieuwe leden worden altijd in de watten gelegd, want wij willen graag dat zij blijven. In die geest handelde ook DirkJan Korenhof. Hij won van Klaas, maar deed dat heel, heel vriendelijk.